|
Home
|
Geschiedenis saai? In
1999 en 2000 verschenen in de Klik-Klak vier afleveringen over de
eerste vijfentwintig jaar van de wonderbaarlijke historie van de
fotoclub Leeuwarden, de AFVL dus, naar aanleiding van zijn
75-jarige bestaan van de hand van Paul van Eik. Hij verhaalt van
prijzen en tentoonstellingen en onwaarschijnlijk lage
contributies. Dat waren nog eens tijden!
GESCHIEDENIS VAN DE AFV
LEEUWARDEN
VAN 1924 TOT 1949

HET BEGIN VAN EEN
FOTOCLUB Adriaan Boer kondigde in Focus voor t eerst
de te verwachten oprichting van een fotoclub in Leeuwarden aan.
Dat gebeurde in een tijd waarin een op hol geslagen paard en een
gezonken praam nog voorpaginanieuws waren en Hendrik van der
Kallen zijn eerste Havankje nog moest schrijven. Leeuwarden telde
ca. 45.000 inwoners, die al konden kiezen uit een ruim aanbod van
clubs en verenigingen, waaronder ook enkele die ons nu nogal
vreemd in de oren klinken: een Vereniging ter Behartiging van de
Belangen van Jonge Meisjes; een Rookvereniging; een
Arbeidersvereniging voor Lijkverbranding; een Vereniging tot
Christelijk Hulpbetoon aan Blinden en een Zakbijbelbond. De
afwezigheid van de televisie zal ongetwijfeld een positief effect
gehad hebben op de bloei van het verenigingsleven in die dagen,
maar Havanks Belgische collega Simenon geeft nog een andere
verklaring. In Un Crime en Hollande uit 1931 schrijft
hij:... de Hollanders gaan niet naar cafés, maar ze
komen bij elkaar onder voorwendsel dat ze een club vormen, in een
zaal die voor hen gereserveerd wordt en daar spelen ze biljart of
een ander spel. Nou, veertien dagen geleden was Poppinga s
avonds om elf uur s avonds dronken ... Het is
weliswaar een interessante theorie om de oprichting van de AFVL
toe te schrijven aan drankzucht, maar niet geheel realistisch als
we kijken naar de groei die de amateurfotografie, ook in de rest
van Nederland, doormaakte. Zo maakte Boer op 15 november 1923 in
Focus niet alleen melding van het geklep van de
fotografische ooievaar boven Leeuwarden, maar ook in
Middelburg, Zwijndrecht, Ede en Schiedam waren fotoclubs op komst,
terwijl Alphen en Helmond pas een fotoclub rijker geworden waren.
De amateurfotografie had de wind dus flink in de zeilen en Boer,
met het door hem opgerichte, geredigeerde en uitgegeven
veertiendaagse fotoblad Focus, was daarbij een belangrijke
inpirator. Boers aankondiging in Focus werd op 23 januari 1924 in
de Leeuwarder Courant gevolgd door een oproep van de heren Ph.
Knopper en A. v.d. Veen. Zij verzochten amateurs - dames en heeren
- om hun adressen door te geven, zodat bij voldoende animo een
vergadering kon worden belegd om tot de oprichting van een Amateur
Fotografen Vereniging over te gaan.
DE
OPRICHTINGSVERGADERING Die animo was er, zodat op woensdag
6 februari 1924 in één der vergaderzalen
Schaaf de oprichting van de Leeuwarder Amateur-Fotografen
Club een feit werd. Staande de vergadering traden 27 leden tot de
club toe; de statuten en een huishoudelijk reglement werden
vastgesteld evenals de jaarlijkse contributie: fl. 5,- voor leden;
fl. 2,50 voor juniores en minstens fl. 2,50 voor kunstlievende
leden. Het voorlopige bestuur werd gevormd door: A. v.d. Veen,
voorzitter; Ph.C. Knopper, secretaris; mevr. A. Landstra-Hansma,
penningmeesteres en de heren W.F.M. van Schaik en J.G. Roest
Crollius. Aan de zaalwanden hingen bekroonde inzendingen van de
Focus-prijsvraag Landschap met wolken en besloten werd
Adriaan Boer uit te nodigen om een eerste voordracht voor leden en
genodigden te houden.
ADRIAAN BOER IN
LEEUWARDEN Boer schreef over zijn betrokkenheid bij de
oprichting van de fotoclub in Leeuwarden: Het verheugt ons,
dat wij ook bij de stichting dezer club, zij het uit de verte,
hulp mochten verleenen en het is ons aangenaam, te kunnen
meedeelen, dat op 6 maart a.s. voor de jonge fotoclub te
Leeuwarden de redacteur van Focus hoopt op te treden in een
propagandavergadering. We verwachten dat alle lezers uit
Leeuwarden en omstreken dien avond aanwezig zullen zijn. Die
propaganda-bijeenkomst vond plaats in Amicitia en
Boer, zelf een verwoed landschapsfotograaf, had als onderwerp voor
zijn voordracht gekozen: Landschapsfotografie voor den
amateur.. Hij hield de aanwezigen voor, dat er met
eenvoudige middelen goede resultaten geboekt konden worden en dat
het voornaamste was dat er een man met hersens achter
t matglas stond. Van belang was het verder, aldus Boer, dat
er regelmatig gefotografeerd werd: De amateurfotograaf moet
geregeld werken; iedere week een paar opnamen doen, zoals ook
geldt bij pianospelen, zang, enz. Hij besloot de avond met
de projectie van lantaarnplaatjes (8.3 x 8.3 dias), zowel
van hemzelf als van anderen, hij wees daarbij op fouten en gaf nog
vele wenken. De club telde op dat moment 40 leden en 6
kunstlievende leden.
PROGRAMMA Na de
voordracht van Boer moest het gewone clubleven van de grond getild
worden; daartoe werden maandelijkse vergaderingen gehouden in de
bovenzaal van de Coöperatieve Zuivelbank aan het Zaailand. De
in de oprichtingsvergadering vastgestelde doelstelling bood
voldoende aanknopingspunten voor de samenstelling van een
programma: De Leeuwarder Amateur Fotografen Club zal de
bevordering der fotografie o.m. trachten te bereiken door het
houden van bijeenkomsten ter beschouwing en bespreking van het
werk op fotografisch gebied, dat door de leden wordt vertoond en
door hen zelf of door anderen is vervaardigd; door het
organiseeren van tochten tot het doen van fotografische opnamen en
het houden van en deelnemen aan wedstrijden en tentoonstellingen
op fotografisch gebied. Reeds op 27 maart 1924 circuleerde
er een rondzendportefeuille met tijdschriften onder de leden. Ook
de rondreiscollecties met bekroonde inzendingen van de
Focus-prijsvragen en demonstraties op fototechnisch gebied maakten
vanaf het prille begin onderdeel uit van de clubavonden. Op 17 mei
werd de eerste clubtocht gehouden met als bestemming het
waterland van Tietjerk en Suawoude. Aan deze tocht werd een
kleine onderlinge wedstrijd verbonden met bescheiden prijzen. De
jurering was in handen van de heren W.F.M. van Schaik, A. Velsink
en Ph.C. Knopper. Na de zomervakantie werd het bestuur uitgebreid
met 2 leden-commissarissen: De heren P. Brugman uit Leeuwarden en
J. de Boer uit Warga. Ph.C. Knopper, één van de
initiatiefnemers, verhuisde en werd als secretaris vervangen door
H. Sanders. Men besloot in oktober een onderlinge wedstrijd te
houden en al naar gelang de kwaliteit van de inzendingen een
tentoonstelling te houden.
DE EERSTE
TENTOONSTELLING De tentoonstelling met maar liefst 150
fotos vond plaats van 25 t/m 28 december in de Foyer van de
Harmonie. Kennelijk niet geheel overtuigd van de kwaliteit van het
eigen werk had men de heeren kunstfotografen (Franz) Ziegler
te Zwolle en (Doekle) Deinema te Leeuwarden bereid gevonden
om ter aanvulling en opluistering ook enige werken in
te zenden, overigens was het in die tijd niet ongebruikelijk dat
amateurs en vakfotografen gezamelijk exposeerden. De recensent van
de Leeuwarder Courant was mild in zijn oordeel: Er is daar
zeer goed werk vertegenwoordigd. ... Natuurlijk staat al dit werk
niet op hetzelfde peil. Er zijn dingen bij, die men onder de
rubriek aardige kiekjes kan rangschikken, er is ook
werk, dat te opzettelijk, te pretentieus aandoet, maar daar
tusschen in hangen afbeeldingen die treffen om de visie welke ze
juist zóó en niet anders deed nemen en volgens een
bepaald, hier het meest voor geëigend procédé
deed uitwerken. Dat zijn fotos die door hun individualiteit
kunstwaarde hebben. Driehonderd mensen bezochten de
tentoonstelling en dat mocht, het slechte weer en de entree van 25
cent plus stedelijke belasting in aanmerking genomen, toch wel
bevredigend genoemd worden, vond het bestuur. Op oudjaarsavond
1924 telde de vereniging ruim vijftig leden en tien kunstlievende
leden. Al met al reden genoeg voor het bestuur en de leden om
tevreden terug te kijken op het oprichtingsjaar.
DEMONSTRATIES, LEZINGEN,
WEDSTRIJDEN EN EXPOSITIES In 1925 nam de berichtenstroom in
Focus en de Leeuwarder Courant wat af. Wel stuurde secretaris
Sanders trouw een verslagje naar Focus als er een spreker op
bezoek was geweest. Zo weten we dat F.J. Kurtz in dat jaar twee
keer langs kwam om Kodak-produkten te demonstreren en dat de heer
Sprock een causerie hield over bioscoopopnamen. Zijn praatje werd
verlevendigd met de projectie van enkele door hemzelf opgenomen
films, die op de club met groot enthousiasme werden ontvangen. Ook
werden er plannen gemaakt voor een onderlinge wedstrijd en enkele
fototochten en er werd een avond met lantaarnplaatjes en een
praatje van de voorzitter van de fotoclub in Heerenveen, de heer
J. Visser, in het vooruitzicht gesteld. In 1926 werd het in de
gedrukte media nog stiller rond de club; slechts het verslag van
de in januari gehouden jaarvergadering en de rondreisroute van de
Focus-kollekties verschaffen ons enig inzicht in de activiteiten
van de club. Tijdens de jaarvergaderingen trad de
penningmeesteresse mevr. Landstra-Hansma af. Secretaris Sanders
nam haar taken over, terwijl in haar plaats A. Velsink het bestuur
kwam versterken. Verder werd tijdens de jaarvergadering het
programma gepresenteerd voor het komende jaar. In februari wilde
men een werkavond houden voor het retoucheren van vergrotingen en
in maart zou een wedstrijd gehouden worden in het maken van
lantaarnplaatjes. In het najaar wilde men een fotowedstrijd
organiseren, waaraan ook niet-leden konden deelnemen. Op 4 april
1927 gaf Adriaan Boer opnieuw acte de présence in
Leeuwarden, deze keer om een demonstratie van het pigmo en
pigmo-overdruk procédé te geven en de inzendingen
van een onderlinge wedstrijd tussen de fotoclubs van Harlingen en
Leeuwarden te jureren. Bij de juniores werden alle prijzen in de
wacht gesleept door Harlingers, maar bij de seniores voerde
Leeuwarden de boventoon: A. v.d. Veen, A. Velsink en C. Habekottee
legden respectievelijk beslag op de eerste, derde en vierde prijs.
De bekende Harlinger cineast/fotograaf G.A. Aalfs nestelde zich op
een tweede plaats tussen dit Leeuwarder gezelschap. Adriaan Boer
stelde later in zijn verslag van die avond verheugd vast: Hoe
groot de belangstelling voor de fotografie in het Noorden is, moge
hieruit blijken, dat de vergadering door een vijftig à
zestig personen werd bijgewoond, waarvan een twintigtal per
speciale autobus uit Harlingen waren gekomen en s avonds
laat de reis, die een uur duurt, weer moesten aanvaarden.
Hij besloot zijn verslag met de wens: Mogen de fotoclubs te
Leeuwarden en Harlingen nog lang werkzaam zijn in het belang der
lichtbeeldkunst, in het Noordelijk district.
VERGADERINGEN EN
CONTRIBUTIEVERLAGING Tijdens de jaarvergadering op 6
februari 1927 nam H. de Vries de bestuurszetel over van J. de
Boer. Enkele vergaderingen later blijkt De Vries ook de penningen
van de club onder zijn hoede te hebben genomen. Niets wijst erop
dat het ledenaantal in die tijd terugliep, maar met fl. 327,47 in
kas werd besloten de jaarcontributie van fl. 5,- naar fl. 2,50 te
verlagen om daarmee toetreding van een groter aantal leden
mogelijk te maken. Op de laatste vergadering voor de zomervakantie
nam G.J. Postma het secretariaat over van Sanders, die was
verhuisd. Voorzitter Van der Veen gaf een demonstratie van het
zilverpigment-procédé en afgesproken werd om zondag
15 mei een foto-fietstocht naar Dokkum te houden. Op 12 oktober
startte het nieuwe winterseizoen. Er werd meegedeeld dat de leden
voor 50 cent per dag een pers voor het pigmo-overdruk procédé
konden huren van de club. Opnieuw stond de uitbreiding van het
ledenbestand op de agenda. Onduidelijk blijft of dit werd
ingegeven door een stagnerend of teruglopend ledenaantal of dat
men gewoon streefde naar zoveel mogelijk leden. Het bestuur
schatte dat de stad 400 tot 500 amateurfotografen rijk was en
wilde trachten via fotohandelaren adressen te verkrijgen van
ernstig werkende amateurs. De heer van der Krieke
merkte (terecht, aldus het verslag) op, dat voor nieuwe leden de
zaak wel eens wat te machtig was en hun feitelijk boven de pet
ging. Men wilde daarin voorzien door het houden van
ontwikkel- en vergrotingsavonden. Verder werden er avonden gepland
voor het Pigmo-procédé, lantaarnplaatjes en het
opzetten en opplakken van fotos. Twintig leden gaven zich op
voor een fototocht op zondag 23 oktober naar Giethoorn. De heer
Hiemstra zegde onder voorbehoud een autobus toe, waarmee om
precies acht uur vanaf het Wilhelminaplein zou worden vertrokken.
DE EERSTE LEICA IN
LEEUWARDEN In 1928 waren op de clubavonden wederom
regelmatig Focus-kollekties te bewonderen. In maart hield de club
een onderlinge lantaarnplaatjeswedstrijd met als onderwerp
Leeuwarden (en omgeving). Bijna honderd lantaarnplaatjes dongen
mee naar de prijzen, die door één van de leden
beschikbaar waren gesteld. De prijzen werden toegekend aan A.
Velsink, A. v.d. Veen, mr. M.E. Hepkema, G. Posma, W.F. Jilderda
en G.J. Boeschoten. Op maandag 1 oktober demonstreerde de heer
Baumann op een clubavond de toen nog vrij onbekende Leica camera,
die sinds 1925 op de markt was. Het gebruikte filmformaat was
gebaseerd op het 35 mm-cineformaat en deze kleinbeeldcamera gold
in die tijd als zeer snel en compact; begrijpelijk als men hem
vergelijkt met de toen gebruikelijke middenformaatcameras,
die in advertenties uit die tijd werden aangeduid als kleine
cameras. Voorzitter van der Veen stak zijn bewondering niet
onder stoelen of banken: Schitterende beelden werden
geprojecteerd, waaruit bleek, dat men met de Leica camera niet
alleen snel na elkaar kan opnemen, doch dat de optiek van een
bewonderenswaardige kwaliteit is. Groote scherptediepte en op het
doek een mooie plastiek.
KANARIEVERENIGING
KWEEKLUST In samenwerking met de Leeuwarder
kanarievereniging Kweeklust werd het jaar uitgeluid
met een gezamelijke tentoonstelling. De advertentie in de
Leeuwarder Courant stelde de bezoekers een gevarieerd aanbod in
het vooruitzicht: Een ogenblik van genot verschaft u de
tentoonstelling van zang-, kleur- en sierkanaries op 24 - 25 - 26
december a.s. in den Foyer van de Harmonie. Tevens verzameling
vlinders en kevers en een keurcollectie fotos van de
Leeuwarder Amateur Fotografen Club. Entrée fl. 0,20 plus
stedelijke belasting. Het verslag in de Leeuwarder Courant
was een regelrechte uitnodiging om de expositie te bezoeken, over
het getoonde werk werd dan ook zeer lovend geschreven: ...
een collectie buitengewoon mooie en scherpe fotos, welke
voor het werk van een vakman niet onder behoeven te doen. en
iets verderop: Er waren hedenmiddag bij de opening der
tentoonstelling al heel wat bezoekers, die het trapje opliepen om
dat fijne fotowerk te bewonderen. Een al te kritische
houding mocht van de Leeuwarder Courant ook niet verwacht worden ;
W.F.M. van Schaik was namelijk behalve hoofdredacteur van die
krant tevens bestuurslid van de fotoclub en de club op haar beurt
was natuurlijk een kleine adverteerder. Meer waarde kan gehecht
worden aan de beschrijving van de onderwerpskeuze van de leden in
die jaren: ... Prachtige waterpartijen, landschappen,
straatgezichten en koppen zijn hier tentoongesteld en verdienen
aller aandacht. Kortom de picturale fotos waar de
meeste amateurs in die tijd dol op waren.
ER IS FOTOGRAFEEREN
EN FOTOGRAFEEREN Op de jaarvergadering, gehouden in
de Zuivelbank op maandag 14 januari 1929, werden A. van der Veen
en G. Postma als voorzitter en secretaris herkozen, terwijl wegens
het vertrek van H. de Vries de heer W.F. Jilderda als
penningmeester werd gekozen. Op voorstel van het bestuur werd met
algemene stemmen besloten om de contributie weer op fl. 5,- per
jaar te brengen. Tijdens de jaarvergadering is ongetwijfeld nog
nagepraat over de tweede plaats, die de club enkele dagen daarvoor
had gehaald in de Vereenigings-lantaarnplaatwedstrijd,
uitgeschreven door de Nederlandsche Amateur Fotografen Vereniging
te Amsterdam. Over 1929 is verder nog vermeldenswaard de expositie
met fotos van het Friese waterland tijdens de Leeuwarder
Watersport Tentoonstelling in de Harmonie. De organisatie van deze
tentoonstelling berustte bij de vereniging Leeuwarder
Watersport. De belangstelling van de zijde van het publiek
en de pers voor deze tentoonstelling, die landelijke aandacht
trok, was groot. De aanwezigheid van de fotoclub was
waarschijnlijk te danken aan een overlap in de ledenbestanden van
de L.W.S. en de fotoclub. (Iets dergelijks zou ook de aanwezigheid
van de fotoclub op de Kanarietentoonstelling in 1928 kunnen
verklaren.) Op de Watersport Tentoonstelling hingen fotos -
de Leeuwarder Courant spreekt van kunststukjes - van
een vijftal leden: J. de Boer, J.A.F. Fritzlin, C. Habekottee, B.
van der Meulen en A. van der Veen. Ook 1930 werd geopend met de
jaarvergadering in de Zuivelbank. A. v.d. Veen, voorzitter van de
club sinds de oprichting, bedankte voor het voorzitterschap en
werd opgevolgd door Albert Velsink. Er werd een onderlinge
wedstrijd in twee klassen gehouden en aangekondigd werd, dat de
N.V. Fotopharm op 28 januari de nieuwe Ergo-papieren en
Halie-folies zou demonstreren. Van zondag 30 maart t/m 13 april
werd geëxposeerd in het Princessehof. Leden van de Fotoclub,
de Maatschappij van Schilder- en Teekenkunst en Kunst aan Allen
hadden vrij toegang; anderen betaalden een kwartje entree. De
Leeuwarder Courant spreekt over beschaafd werk, dat door een
voldoende beheerschte techniek wordt ondersteund. De
recensent ziet geen reden om het aloude debat over de vraag
of het fotografeeren ooit bij de kunsten ingelijfd kan worden
weer op te halen. Hij vindt dat de expositie bewijst: Dat er
fotografeeren en fotografeeren is en dat er naast de
kiekjes-makerij ook nog wel iets anders bestaat. De
redacteur van het Leeuwarder Nieuwsblad gaat iets verder: Over
t algemeen staat het tentoongestelde werk op hoog peil en
het versterkt de overtuiging, dat er met vergrootingen in gomdruk,
pigment-druk en pigment-overdruk, doch ook met gewone
vergrootingen, zoals het werk van de heer Postma, artistieke
resultaten te bereiken zijn, waardoor de fotografie meer wordt dan
een handigheidje en de kunst nadert.
CRISIS Iedere tijd
heeft zijn eigen onheilsboodschappers, zo ook 1931. J. Westra uit
Sneek valt de twijfelachtige eer te beurt om de noodklok te luiden
voor de amateurfotografie in Friesland. Hij stuurt daartoe een
brief naar Focus, waarin hij constateert dat de georganiseerde
amateurfotografie in Friesland aan het inslapen is. Inderdaad
wordt van de fotoclub in Leeuwarden in de periode 1931-1944 weinig
tot niets vernomen. De in 1923 opgerichte fotoclub in Heerenveen
werd in 1926 al weer opgeheven en ook de fotoclub in Harlingen
(oprichtingsdatum onbekend) is in (of voor) 1931 verdwenen. In
Sneek werd in 1931 met meer succes een fotoclub opgericht: De
Filter. Ook in de vooroorlogse jaren vinden we die club, in
tegenstelling tot de AFV Leeuwarden, regelmatig terug in de
annalen van Focus. Tegenwoordig bestaat de club nog steeds onder
een iets gewijzigde naam: t Filter. In de eerste helft van
de jaren dertig duiken de namen van A. v. d. Veen en A. Velsink
nog regelmatig op in Focus, maar van de club wordt eigenlijk niets
meer vernomen. Op de begrafenis van (oud-)voorzitter Albert
Velsink op 7 mei 1936 is nog wel een afvaardiging van de fotoclub
aanwezig. In de winter van 45 duikt de club weer op in het
Nederlandsch Jaarboek voor Fotokunst 1944/46. Het secretariaat van
de club is op dat moment in handen van P.J. Kinderman. Blijkens de
adressenlijst in het Nederlandsch Jaarboek behoort Leeuwarden op
dat moment tot een groep van dertig fotoclubs, die aangesloten
waren bij de BNAFV. Op dezelfde lijst staan ook een zestal clubs
die niet aangesloten zijn bij de Bond, waaronder een fotoclub uit
Heerenveen, waar blijkbaar opnieuw een club was opgericht.
EEN NIEUWE FOTOCLUB ? Sinds
1946 komt fotoclub Leeuwarden weer regelmatig voor op de
verzendlijst van de Focus-kollekties. In 1947 werd het
secretariaat overgenomen door Th.C. Nakken. Hij schreef in die
jaren enkele malen een artikeltje voor Focus (Waarheen
tijdens de vacantie? en Maak zelf een dokaklok.)
en viel regelmatig in de prijzen bij Focus-prijsvragen. Toen
Nakken in 1955 naar Arnhem verhuisde werd hij wegens zijn
verdiensten voor de club benoemd tot erelid. Tot aan zijn dood in
1982 bleef hij het wel en wee van de club op afstand volgen. In
1976 klom hij nog een keer in de pen naar aanleiding van een
artikeltje van Wim Spijker in de Klik-Klak. Spijker doet daarin
verslag van zijn ontmoeting met een gepensioneerde stukadoor, die
in vroeger dagen ook als kelner in het Oranje Hotel had gewerkt.
Deze man had destijds overwogen om lid te worden van de AFVL maar
van het lidmaatschap afgezien omdat hij het allemaal wat te
stijf vond. Nakken vindt dat de bevindingen van de
stukadoor/kelner niet in overeenstemming zijn met de toenmalige
sfeer op de club en schrijft: In de eerste jaren van 1940/45
zijn wij met enige amateurfotografen, waaronder de heren Nap,
Kinderman en wijlen de heer Jeelof en dr. Roest Crollius in het
Oranje Hotel bijeengekomen om een nieuwe fotoclub op te richten,
omdat de oude club enkele jaren daarvoor ter ziele was gegaan.
Meerdere jaren hebben wij regelmatig (niet: weleens) in het Oranje
Hotel vergaderd. Dat deze bijeenkomsten stijf gevonden zijn, meen
ik ten stelligste te moeten bestrijden. Er heerste altijd een
ongedwongen en geanimeerde sfeer. Natuurlijk zijn er wel eens ups
en downs geweest, daaraan ontkom je in een besloten
bijeenkomst niet, dat zal nu ook wel bij tijd en wijle het geval
zijn. Destijds werd op rang of stand van leden niet gelet, evenmin
of men in het bezit was van een kostbare foto-uitrusting of een
fotoboxje. Status was bijzaak, van stijfheid
is nooit sprake geweest. Al met al heb ik aan de reeks van jaren
dat ik in Leeuwarden actief lid van de fotoclub heb mogen zijn
bijzonder prettige herinneringen.
SPECULATIE EN
INTERPRETATIE Over smaken valt niet te redetwisten, maar
wat te denken van Nakkens opmerking dat de oude fotoclub enkele
jaren voor de oorlog ter ziele was gegaan en dat hij met enkele
anderen in de beginjaren van de oorlog een nieuwe fotoclub had
opgericht? Om een antwoord op deze en andere vragen te kunnen
geven moet ik enigszins opportunistisch aan het speculeren slaan.
Welke oorzaak kan ten grondslag hebben gelegen aan het inslapen
van de fotoclub eind jaren dertig? De economische crisis en de
(naderende) oorlog kunnen als mogelijke oorzaken uitgesloten
worden. (De fotoclub Sneek draaide in die jaren gewoon door en
Nakken c.s. kwamen tijdens de oorlog ook gewoon bijeen in het
Oranje Hotel). Animo voor het lidmaatschap van een fotoclub, die
er begin jaren veertig klaarblijkelijk wel was, zal er eind jaren
dertig toch ook wel geweest zijn. Dan blijft er eigenlijk nog maar
één mogelijke oorzaak over: een bestuurlijke crisis,
waardoor de programmering en het innen van de contributies weg
zijn gevallen. Met als gevolg dat de club eigenlijk is ingeslapen,
zonder misschien daadwerkelijk opgeheven te zijn. Nakken spreekt
35 jaar later over ter ziele gaan, wat nog wel enige
ruimte voor interpretatie laat. Ik denk dat (de meeste van) de
door Nakken genoemde heren, die begin jaren veertig een nieuwe
fotoclub oprichtten, ook lid waren van de oude club
toen deze ter ziele ging. Van dr. J.G. Roest Crollius staat dat
vast. Hij was vanaf de oprichtingsvergadering in 24
bestuurslid van de AFVL. Van Ph. Jeelof lijkt het zeer
waarschijnlijk, omdat hij tijdens een Focus prijsvraag in 1929 al
een eervolle vermelding kreeg en Focus (Adriaan Boer) altijd een
warm pleitbezorger was voor de aansluiting bij een fotoclub. Van
J.N. Kinderman en Th.C. Nakken weet ik dat niet, maar het zou mij
niets verbazen dat deze heren (en Roest Crollius en Jeelof) elkaar
nog kenden van de oude club. Als dat zo is (en ik denk dat het zo
is) dan kan de nieuwe fotoclub waarover Nakken spreekt ook rustig
gezien worden als de oude fotoclub, die na enkele jaren
bestuurloosheid eindelijk weer een bestuur kreeg. Ik houd het er
maar op dat we met de jubileumexpositie in het Stadskantoor zeer
terecht de gevolgen hebben gevierd van het initiatief dat twee
Leeuwarder amateurfotografen (A. v.d. Veen en Ph.C. Knopper)
inmiddels zesenzeventig jaar geleden namen.
Paul van Eik |

Oude Logo van de AFVL
Recente geschiedenis
Om elkaar op de hoogte te
houden was het blad KLIK KLAK opgezet.
Oude KliK Klak jes

Mei Aug 2003

Sept Okt 2003

Sept okt 2004
Laatste
KLIK KLAK

April 2005
Nieuws brief

20 jan 2006
Daarna nam de Website
de functie over van
het Blad Klik Klak. |